Blog

Wanneer kun je zwanger worden?

Lees onze weetjes over vruchtbaarheid!

Wanneer kun je zwanger worden? De meeste vrouwen stellen zich vroeg of laat deze vraag. Het hebben van een kinderwens zit immers diep in het vrouw zijn geworteld. Als de tijd dan rijp is om die wens tot vervulling te brengen en het lukt niet direct, kan dat de nodige zorgen teweeg brengen: Gaat het überhaupt wel lukken?

Nu verschilt het moment waarop je zwanger kunt raken en hoe lang het duurt voordat het zover is, per persoon. Bij de één gaat het sneller dan bij de ander. De onderstaande cijfers laten je zien dat je niet te snel het ergste moet denken, wanneer het even duurt voordat je zwanger bent:

• 25% van de vrouwen lukt dat in de eerste maand;

• 60% is binnen 6 maanden in verwachting;

• 75% slaagt na 6 maanden;

• 80 % lukt het binnen een jaar;

• 90% is na 18 maanden zwanger;

Een aantal factoren spelen een rol in de snelheid waarmee je zwanger raakt. Denk bijvoorbeeld aan leeftijd en levensstijl. Zo nemen de kansen op zwangerschap af met het stijgen van de leeftijd. Wat helpt om snel in verwachting te raken, is als je weet hoe je menstruatiecyclus in elkaar steekt en wanneer je vruchtbare dagen zijn. Wanneer je op deze dagen vrijt maak je de meeste kans om zwanger te worden.

De menstruatiecyclus

De fase van je menstruatiecyclus waarin je zit, bepaalt dus wanneer je wel of niet zwanger kunt worden. Het werkt als volgt: je cyclus begint op de eerste dag van je menstruatie en eindigt bij het begin van je volgende menstruatie.

De menstruatiecyclus duurt gemiddeld 28 dagen en is op te delen in twee fases die allebei gemiddeld 14 dagen duren:

• In de eerste fase rijpen en groeien de follikels in de eierstokken. In deze ‘eiblaasjes’ zitten eitjes die rijp zijn. De groei van de follikels wordt aangezwengeld door het follikelstimulerend hormoon (FSH). De follikels zelf produceren het vrouwelijk geslachtshormoon oestrogeen. Dit hormoon zorgt ervoor dat de baarmoederwand zich gaat voorbereiden op een mogelijke innesteling. In de wand van de baarmoeder wordt nu een extra dikke slijmlaag gevormd. Iedere cyclus blijft slechts één follikel doorgroeien. De rest sterft af. Het overgebleven follikel geeft rond de 11de dag van de menstruatiecyclus extra veel oestrogeen af. Hierdoor gaat de het lichaam Luteïniserend hormoon (LH) produceren. Deze LH piek in het bloed zorgt voor de eisprong (ovulatie).

• In fase twee kun je zwanger worden. Deze fase begint bij de eisprong (ovulatie). Het eiblaasje is ‘gesprongen’ en heeft het eitje in de eileider ‘gelanceerd’. De eileider vervoert de eicel nu naar de baarmoeder, terwijl het opengebarsten eiblaasje grote hoeveelheden progesteron gaat aanmaken. Dit hormoon maakt dat jouw baarmoederslijmvlies dik genoeg wordt voor de innesteling van een bevrucht eitje. Bovendien zorgt het ervoor dat je lichaamstemperatuur met bijna een halve graad stijgt.

Wanneer je nu vrijt, kun je zwanger worden. Als er geen bevruchting van het eitje plaatsvindt, sterft het af. Vervolgens wordt de opgebouwde slijmlaag van de baarmoederwand afgestoten. Het is deze ‘bekleding’ die je tijdens je menstruatie verliest. Zoals vermeld, is de start van je menstruatie het begin van een nieuwe cyclus.

Je vruchtbare dagen bereken je dus zo

• Wanneer je zwanger wilt worden, kun je het best vrijen in de dagen voor de eisprong. Sperma blijft namelijk drie tot vijf dagen in jouw lichaam in leven. Een niet bevrucht eitje sterft gemiddeld 12 uur na de ovulatie af;

• De eisprong gebeurt meestal zo’n twee weken voor je menstruatie;

• Bij een cyclus van 28 dagen is dat vanaf dag 10 tot en met dag 15 na het begin van de laatste menstruatie;

• In de drie dagen rond de eisprong is je kans op zwangerschap het grootst.

Luister naar je lichaam!

Natuurlijk bestaat er niet zoiets als een gemiddeld vrouwenlichaam. Zo zijn er net zo goed vrouwen met een cyclus van 23 als 35 dagen. Bovendien vindt niet bij iedereen de eisprong exact halverwege de cyclus plaats. Daarom is het belangrijk om te weten dat je lichaam een aantal signalen kan afgeven, wanneer je een eisprong hebt gehad. Als je deze signalen herkent, kun je vrijen wanneer je vruchtbaar bent en zo je kans om zwanger te worden vergroten.

Belangrijke eisprong signalen

• Je basale lichaamstemperatuur is net na je eisprong wat verhoogd. Rond de eisprong is dat tussen de 0,2 en 0,5 graad hoger dan anders. Het is normaal is dat je lichaamstemperatuur in de loop van de dag schommelt, maar ook wanneer je bijvoorbeeld ziek bent of een nachtje bent doorgezakt. Daarom is het belangrijk dat je over een langere periode je temperatuur op gezette tijden opneemt (met een digitale thermometer met twee cijfers achter de komma) om te kunnen zien wanneer je vruchtbaar bent en je dus zwanger kunt worden.

• Enkele dagen voor de eisprong is je vaginale afscheiding anders. Dit slijm is helder en glanzend, vergelijkbaar met rauw eiwit. Soms is het wat draderig. In je niet-vruchtbare dagen is je afscheiding witter en dikker;

• Sommige vrouwen voelen hun eisprong. Het is een beetje kramp of pijn links,- of rechtsonder in hun buik;

• Vrouwen die in hun vruchtbare periode zitten, hebben door hun veranderde hormoonspiegel vaak meer zin om te vrijen.

Een ovulatietest

Wanneer je een ovulatietest doet, kun je ook je kansen om zwanger te worden vergroten. Deze test meet de hoeveelheid LH in je urine. Ongeveer 24 tot 48 uur voor de eisprong is deze concentratie wel 10 tot 20 keer zo hoog. De test geeft aan wanneer je twee vruchtbaarste dagen zijn begonnen.

Andere beïnvloedende factoren

Zoals we al eerder aanhaalden beïnvloeden je leeftijd, levensstijl en medicijngebruik ook je vruchtbaarheid:

• Leeftijd: de kans dat je snel zwanger kunt worden is het grootst wanneer je begin 20 bent. Na het 35ste levensjaar daalt die kans met circa 50%. Een vrouw van 40 heeft nog maar 10% van de kans van een 20-jarige;

• Alcohol, drugs en sigaretten verminderen de vruchtbaarheid van zowel mannen als vrouwen;

• Over – en ondergewicht verminderen de kans op zwangerschap;

Er zijn diverse producten die helpen om de vruchtbaarheid te stimuleren.