Blog

Verschil diabetes type 1 en 2

Verschil diabetes type 1 en 2

Het verschil tussen diabetes type 1 en diabetes type 2

Zoals veel mensen wel weten zijn er twee typen suikerziekte, ofwel diabetes mellitus: Type 1 en Type 2. Ondanks dat beide typen vormen van dezelfde ziekte zijn en duidelijke overeenkomsten hebben, zijn de kenmerken en oorzaken wel heel verschillend. In dit artikel geef ik je meer duidelijkheid daarover.

Diabetes, glucose en insuline, hoe zit dat precies?

Diabetes mellitus wordt ook wel suikerziekte genoemd, omdat het met de regulatie van de bloedsuiker te maken heeft. Als je via eten of drinken suiker (glucose) binnenkrijgt, komen deze suikers in de bloedbaan terecht. Om ervoor te zorgen dat de glucose de lichaamscellen in kan is insuline nodig, een hormoon dat door de alvleesklier geproduceerd wordt. Insuline is als het ware de sleutel die de cellen openmaakt, zodat glucose de cellen binnen kan gaan. Diabetespatiënten hebben te weinig insuline, waardoor de cellen geen brandstof (glucose) krijgen en daardoor hun werk niet goed kunnen doen. Tegelijkertijd is de concentratie suiker in de bloedbaan langdurig te hoog, wat ook allerlei negatieve effecten geeft.

Diabetes type 1

Bij mensen met diabetes type 1 maakt de alvleesklier helemaal geen insuline meer aan. Het afweersysteem vernielt per ongeluk de cellen die insuline aanmaken. Dit heet ook wel een auto-immuunziekte. Mensen met diabetes type 1 moeten daarom voor of na elke maaltijd insuline spuiten, om ervoor te zorgen dat de suikers in eten en drinken toch de lichaamscellen in kunnen.
Het tijdstip hangt onder andere af van welke soort insuline gespoten wordt. Kortwerkende insuline moet vlak voor de maaltijd gespoten worden. Snelwerkende insuline kan ook tijdens of direct na de maaltijd gespoten worden. Daarnaast is het moment van insuline toedienen afhankelijk van wat er gegeten wordt. Bij maaltijden met een lage glycemische index (met ‘langzame’ koolhydaten) of een hoog gehalte aan vetten of eiwitten is het vaak nodig om na de maaltijd (nogmaals) insuline te spuiten. Dit komt omdat bij deze voeding de opname van koolhydraten (suiker) in het bloed langzamer gaat, waardoor de insuline te snel uitgewerkt kan zijn als je deze voor de maaltijd al spuit. Diabetes type 1 is hiermee goed te behandelen, maar niet te genezen.

Diabetes type 2

Deze vorm van diabetes komt het vaakst voor en werd vroeger ook wel ouderdomssuiker genoemd. 90% van de diabetespatiënten heeft type 2. Leeftijd en erfelijke aanleg spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van deze aandoening, maar ook overgewicht en weinig beweging kunnen deze vorm van suikerziekte veroorzaken.

Bij diabetes type 2 produceert de alvleesklier nog wel insuline, maar te weinig. Daarnaast reageren de lichaamscellen niet goed meer op insuline, waardoor de suiker in de bloedbaan blijft. Dit wordt ook wel insulineresistentie genoemd. Dit type diabetes is vaak goed te behandelen met medicijnen die de insulineproductie stimuleren, aangevuld met voedings- en bewegingsadviezen. Als dit onvoldoende helpt moet men insuline gaan spuiten om ervoor te zorgen dat de suikers opgenomen worden.

Belangrijk bij diabetes is dat het hebben van een gezonde levensstijl de ernst van de aandoening aanzienlijk kan verminderen. Diabetespatiënten die gezond en gevarieerd eten, een gezond gewicht hebben en regelmatig sporten hoeven over het algemeen minder medicijnen of insuline te gebruiken.

Wil je weten hoe groot je gezondheidsrisico is op diabetes of andere aandoeningen? Doe de online Risicotest op de website van het Diabetesfonds.

Bronnen: Diabetesfonds