Blog

Donor worden, ja of nee?

Donor worden, ja of nee?

Misvattingen opgehelderd

Het zal je maar gebeuren: je wordt ernstig ziek en hebt een nieuwe nier, lever of long nodig. Maar omdat er te weinig donoren zijn, komt het orgaan niet op tijd beschikbaar. Helaas is dit in ons land nog altijd de werkelijkheid. Elk jaar gaan er zo’n 150 mensen dood terwijl ze tevergeefs wachten op een orgaan. Waarom willen er eigenlijk zo weinig mensen donor worden? Omdat het onderwerp beladen is. Beslissingen die met de dood te maken hebben, schuiven we liever voor ons uit. Bovendien zijn er nogal wat misverstanden rondom orgaandonatie, waardoor veel mensen huiverig zijn om zich aan te melden. In aanloop naar de donorweek willen we proberen om deze misvattingen op te helderen.

“Als ik donor word, laten de artsen mij eerder doodgaan.”

Een bekend broodje aap-verhaal: mensen met een donorcodicil die in het ziekenhuis terechtkomen, zouden door de artsen minder goed geholpen worden. In plaats daarvan zou de arts hopen op een overlijden (of zelfs de natuur een handje helpen!), zodat het de organen beschikbaar komen. We kunnen je geruststellen: dit is pertinent niet waar. Een arts weet niet of je orgaandonor bent totdat je daadwerkelijk bent overleden. Pas dan wordt het register geraadpleegd. Tot die tijd zal elke arts het uiterste doen om je leven te redden.

“Mijn organen zijn niet geschikt, want ik rook/drink.”

Ook niet waar. Je kunt prima donor worden als je er een gezellige levensstijl op na houdt. Een doodzieke patiënt kan ook worden gered met een long of lever van iemand die rookte of af en toe een wijntje dronk. Het enige dat telt is of het orgaan geschikt is om te transplanteren. Een arts bepaalt dit op het moment van een mogelijke donatie.

“Ik wil niet dat ze al mijn organen eruit halen na mijn dood.”

Veel mensen denken dat je als orgaandonor helemaal wordt ‘leeggeroofd’. Als je je aanmeldt als donor, kun je op het formulier aankruisen welke weefsels of organen je wel en niet wilt doneren. Je bent daar helemaal vrij in! Overigens wordt een donoroperatie altijd heel zorgvuldig uitgevoerd. De gevolgen van de donatie zullen niet zichtbaar zijn als je opgebaard ligt.

“Ze geven mijn organen vast aan een verslaafde, die dan vrolijk verder drinkt/rookt/spuit.”

Een begrijpelijk, maar onterecht argument. Rokers, alcoholisten en drugsverslaafden worden niet op de wachtlijst gezet zolang ze nog roken, drinken of gebruiken. Het beleid rondom de toewijzing van organen wordt heel zorgvuldig toegepast.

“Als ik dood ben, kunnen mijn nabestaanden wel beslissen.”

Ja, in principe kan dat. Je kunt dit zelfs op het donorformulier vastleggen. Maar of het wenselijk is? Een overlijden is zeer ingrijpend. Je nabestaanden hebben het op dat moment al moeilijk genoeg. Een lastige beslissing over orgaandonatie zorgt misschien voor extra emoties of geeft aanleiding tot onenigheid. Maak het je familie of vrienden makkelijker en beslis zelf wat er met je organen gebeurt.

Wist je dat…

Tenslotte nog een paar interessante feitjes:

  1. Dat jouw organen daadwerkelijk na je overlijden gebruikt worden is niet vanzelfsprekend. De omstandigheden luisteren heel nauw. Vaak alleen van een donor die in een ziekenhuis overlijdt kunnen de organen eventueel gebruikt worden voor transplantatie.
  2. Als donor kun je maar liefst 8 levens redden! Je kunt namelijk je hart, 2 nieren, 2 longen, je alvleesklier, lever en dunne darm doneren.
  3. Liever donor worden terwijl je nog leeft? Dan kun je bloed geven bij de bloedbank, of overwegen om 1 nier af te staan.

Wil je donor worden, ga dan bijvoorbeeld naar de site jaofnee.nl. Hier kun je je heel eenvoudig als donor (of niet-donor) registreren. Met je DigiD is het klusje binnen 2 minuten geklaard. Wil je geen donor worden, dan is dat natuurlijk ook prima. Leg in ieder geval je keuze vast, zodat voor iedereen duidelijk is wat je wilt.

Bronnen: jaofnee.nl, transplantatiestichting.nl, Ministerie van VWS